Officieel is ze niet de eerste vrouw die 40 jaar in dienst is van de gemeente Medemblik, maar dat komt door de fusie in 2011. Kniesoor die daar op let. Deze mijlpaal is een feestje en een dikke felicitatie waard. Ans Stavenuiter-Koomen (59) heeft deze dienstjaren voor onze regio volgemaakt. Met groot genoegen en soms grote moeite. Veertig jaren gaan nooit alleen over rozen. We spreken Ans over de rust én de rollercoaster die zij heeft ervaren.

Toen ze op 16 juni 1980 aan haar gemeentelijke avontuur begon moest ze haar meao-diploma nog ophalen.
“In de Binding stond een vacature voor ‘typiste-telefoniste’. Mijn moeder vroeg me te solliciteren, want, zo zei ze, bij de gemeente zit je goed. Op 16 juni kon ik beginnen, op 24 juni haalde ik mijn diploma op. Mijn eerste werkplek was in een kamertje achteraf in het Raadhuis. Vele verbouwingen zouden volgen. Vanuit daar werkte ik voor de gemeente Wervershoof.

Digitale ontwikkeling
Na een jaar dienst mocht ik de opleiding voor ‘administratief ambtenaar’ volgen. Dat duurde twee jaar en ik had het plan aansluitend voor ‘bestuursambtenaar’ te gaan leren. Dat lag voor de hand, maar ze vroegen me SOD te gaan doen in Beverwijk. Een opleiding voor documentaire informatievoorziening en administratieve organisatie. Het was 1984. Een leraar daar had een vooruitziende blik.Hij zei: ‘Als ik jullie was zou ik me op digitale ontwikkeling richten. Dat gaat nu zo snel.’ Hij kreeg gelijk.”

Van typemachine naar computer
Na de opleidingen kwam Ans terecht op de afdeling ‘Post & archief’, het huidige ‘Informatiebeheer’. Op de meao haalde ze haar typediploma nog op een typemachine. Bij de gemeente Wervershoof stond direct al een elektrische typemachine. Daarna volgde de elektronische en toen ze een keer terugkwam van vakantie stond er ineens een computer.
Ans: “Dat was niet aangekondigd, ik moest er erg aan wennen. Verder ging de overgang van papier naar digitaal in Wervershoof en Andijk niet zo snel. We werkten met een postregistratiesysteem. De eerste stap naar digitalisering. Dat was te overzien en werkte prima. Mijn werk en werkplek voelde echt als mijn eigen toko.

Burgemeesters
Onder burgemeester Meijer was ik een tijdje de enige vrouw op het gemeentehuis. Voordien had ik twee vrouwelijke collega’s. Letty Sparrow verhuisde en Ineke Verlaat kreeg een kind waardoor zij moest stoppen met haar werk, dat was toen heel normaal. Na Meijer kwam burgemeester Henk Wokke. Ik werd zijn secretaresse, want dat was hij zo gewend, in tegenstelling tot Meijer. Dat maakte onze band erg sterk. Toen ik 12,5 jaar in dienst was namen Henk en zijn vrouw ons mee uit eten. Ook toen hij op Koninginnedag een lintje kreeg mocht ik met enkele collega’s, waaronder Gerard van Balen, mee naar het Provinciehuis in Haarlem. Dat was heel bijzonder.Na burgemeester Wokke werkte ik voor burgemeesters Hanneke van Wel en Floor Fletter. Ik kende hen en alle gemeentesecretarissen en wethouders persoonlijk. Dat is nu heel anders. Tegenwoordig werken er 270 mensen bij de gemeente en zijn er veel ingehuurde krachten en stagiaires. Ik ken ze lang niet allemaal.

Gemeentelijke fusie
Ik zag erg op tegen de fusie. In 2003 sprong ik een gat in de lucht toen er een referendum werd gehouden over een mogelijke fusie en deze niet doorging. Acht jaar later was het alsnog zover; de gemeente Wervershoof en Andijk fuseerden met de Gemeente Medemblik. Ik moest fysiek verhuizen van Wervershoof naar Wognum en kreeg een nieuwe functie. De Gemeente Medemblik bleek al veel verder geautomatiseerd. We werkten met besturingssysteem Decos en daar hadden we ons maar aan aan te passen. Dat vond ik lastig, er was veel te leren.”

Leren door te doen
Maar zoals al die jaren daarvoor bleek Ans een alleskunner. Ze leerde door te doen. Ze ging van fulltime naar drie dagen. Bij gebrek aan rijbewijs fietste ze naar Wognum. De busreis van 1,5 uur meed ze zo veel mogelijk. In de winter reed ze op een neer met collega’s of haar man.
Haar collega’s uit Wervershoof en Andijk waren allemaal meegegaan, maar ze waaierden uit over de diverse afdelingen binnen de twee grote gebouwen van het gemeentehuis in Wognum. Waar ze voorheen 15 collega’s op de afdeling had en ongeveer 50 in totaal, werkte hier een veelvoud aan mensen. Nieuwe mensen, nieuwe functies en andere werkzaamheden. Een nieuw normaal.

Kleuterschool
“Of ik van de universiteit terugging naar de kleuterschool, zo voelde het. Collega’s waren vriendelijk en hielpen graag, maar het bleef toch enorm wennen. Vooral toen er na de enorme hectiek rondom de fusie ineens heel weinig voor me te doen was. Ik ging van alles naar niets. Dan duren de dagen zo lang. Gelukkig kwam op de afdeling Documentatie en Informatie Voorziening (DIV) waar ik werkte, een grote klus voor me vrij. Alle personeelsdossiers moesten digitaal worden gemaakt. Dat maakte me snel vaardig. Door veranderingen in de organisatie werd ik uiteindelijk kwaliteitsmedewerker informatiebeheer.”

Kinderen
In 1991 trouwde Ans met André Stavenuiter. Ze werkten allebei veel om wat buffers op te bouwen. Als er dan kinderen zouden komen, zou Ans stoppen met werken. Toen kinderen krijgen voor hen lastig bleek, besloten ze de medische molen achterwege te laten. Het ging zoals het ging. Ook zonder kinderen zijn ze tevreden. Het zorgde ervoor dat Ans altijd is blijven werken. Ondanks dat ze geen carrièremens is.

Veranderingen
“Ik wil vooral met plezier werken. Inhoudelijk vond ik mijn werk altijd leuk, maar alles eromheen… Al die veranderingen en regeltjes nekten me wel eens. Reorganisaties en personeelswisselingen maken het soms zwaar. Iemand zei me ooit: het enige dat niet verandert zijn de veranderingen…’ Ik heb daar echt mee moeten leren dealen. Het hielp dat ik wist dat ik elke dag kon stoppen omdat mijn man een goed salaris heeft. En juist door die wetenschap, kon ik doorgaan. Inmiddels heb ik alweer jaren een hele zelfstandige baan. Ik kan mijn eigen tijd indelen. En net als ik het saai begin te vinden is er weer iets nieuws. Zo zijn sommige veranderingen positief.”

Thuiswerken
Ook Corona zorgde voor de nodige veranderingen. Afgelopen maanden werkte Ans vanuit huis. Ook in deze situatie blijkt de digitalisering zijn vruchten af te werpen. Inloggen in het systeem op je laptop is geen probleem. Inmiddels werkt Ans twee dagen thuis en één dag op kantoor.
Thuiswerken lukt goed, maar het is wel eenzaam. Op die ene dag op kantoor ziet ze alleen de bodes en de schoonmaker. Overleg voert ze via Google Teams. Dat vindt ze maar niks. Ze ziet haar collega’s veel liever face to face. Hopelijk gaan ze op het gemeentehuis binnenkort weer gewoon op kantoor aan het werk. Op 1,5 meter afstand van elkaar, dat wel. Ze begint het liefste zo vroeg mogelijk, om 7.00 uur. Dan is ze om 15.30 uur klaar en heeft ze nog tijd genoeg voor andere dingen. Dat geeft haar rust en een groot gevoel van vrijheid.

Verzamelaar
Ans zit al 35 jaar in het bestuur van uitvaartvereniging St. Barbara en heeft veel hobby’s. Ze leest graag en verzamelt poppen, boeken, sieraden, schoenen. Ze kan niets weggooien. Misschien dat het archief daarom zo goed bij haar past. Ook na 40 jaar.
“Ja, het werk bevalt nog steeds goed. De afwisseling is groot. Vroeger ging alles door mijn handen; wist en zag ik alles wat er in de regio speelde. Nu is het een stuk anoniemer. Er is nog wel veel hybride archief; een combinatie tussen papier en digitaal. De ambtenaren moeten steeds meer zelf doen. De post wordt nu gescand bij WerkSaam en wij krijgen het in batches via de mail.
De collega’s maken het leuk, we hebben een fijne afdeling. Ik heb veel medewerkers zien komen en gaan. Velen zijn nu met pensioen of al overleden. Gelukkig is er nog steeds een goede mix tussen jonge en oudere medewerkers. Dat gaat heel goed samen.

Voldoening
Nee, voorlopig ben ik niet van plan te stoppen. Zolang het me maar voldoening geeft, dat vind ik belangrijk. Hetzelfde geldt voor mijn vrije tijd. In deze Coronatijd ben ik eindelijk eens die boeken gaan lezen die ik heb verzameld. Daar ben ik voorlopig nog wel even zoet mee. André en ik gaan graag samen op vakantie. Nu even niet naar het buitenland, maar een weekje Terschelling is ook goed. Wij vermaken ons wel.”

door Mieke de Beer-Koomen