Achter de dijk aan de Nieuwe Haven te Andijk is station Andijk van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) gevestigd. Vanuit hun boothuis Joop de Jonge rukken zij met hun reddingsboot ’t Span uit om op het IJsselmeer hulp te bieden aan mens en dier. Een enerverende en afwisselende taak voor de vrijwilligers van Andijk, die jaarlijks zo’n 50 tot 60 meldingen ontvangen.

Opstapper Teun Mooij en schipper Menno Betzema zijn twee Andijker vrijwilligers, met wie Binding in gesprek is geweest.

Teun is al ruim twaalf jaar vrijwilliger: “Ik ben er bij betrokken geraakt door een oefening, waarbij ik een lotusslachtoffer was. Het werk van de brigade boeide mij toen meteen. Ik gaf mij op en ging meedoen aan de oefenavonden. Elke dinsdagavond wordt er geoefend in van alles, van pleisters plakken tot reanimeren, van zoeken naar bergen. Het is heel divers. Onlangs heb ik weer aan de eisen van het radarcertificaat voldaan. Je wordt heel allround en je voldoet aan strenge eisen om het uitdagende werk te kunnen doen. Ik ben nu bezig met de opleiding tot schipper.

Van opstapper, ook wel bemanningslid genoemd, tot plaatsvervangend schipper, de leidinggevende aan boord en acties. Menno is al zover: “Ik ben de schipper van deze brigade en wordt ondersteund door zes plaatsvervangers. Ik kan natuurlijk niet elke dag elk uur beschikbaar zijn. Onze brigade telt 23 mannen en één vrouw. Wij zorgen voor een 24-uursbezetting door tenminste vier bemanningsleden. Dit is vooral overdag lastig. We zijn voor een deel afhankelijk van leden die overdag in Andijk of een naast gelegen dorp zijn. Wij doen dit naast ons eigen werk. Bezetting is enorm belangrijk, want de brigade moet binnen tien minuten na een melding gereed zijn om uit te varen. Bij een melding wordt iedereen opgeroepen, maar in principe gaat de bemanning die ingemeld staat in actie, dat zijn de leden die gepland staan voor de bezetting van de dag. Bij grote spoed gaan uiteraard de eerste vier aankomenden meteen weg. Wij halen onze minimale bezetting, maar wij kunnen er nog wel een paar vrouwen of mannen bij hebben.”

Teun: “Er wordt wel wat van je gevraagd. Je moet op allerlei terreinen hulp kunnen verlenen. Het is mooi, boeiend en dankbaar werk, soms kan het zwaar zijn. Mensen zijn altijd blij wanneer wij bij nood komen aanvaren, het maakt hen ook rustig. Mooi is dat. Je maakt van alles mee. Wij bieden hulp aan opvarenden, die bijvoorbeeld onwel zijn geworden of pech hebben met hun vaartuig. Helaas komt het ook voor dat wij drenkelingen aantreffen of naar vermisten zoeken. Dat is ook spannend. KNRM Reddingstation Andijk is ook preventief aanwezig bij evenementen als Allianz Regatta. Wij zijn een hecht team van enthousiaste vrijwilligers en staan voor uitdagend werk. Het seizoen komt er weer aan. Dat betekent, dat wij meer meldingen krijgen. In deze tijd van beperkt reizen zijn er veel meer mensen met vakantie op en rond het IJsselmeer. Het is drukker dan voorheen. Het inlevingsvermogen van de gevaren op en rond het IJsselmeer is vaak laag. Mensen onderschatten het vervaarlijke meer. Mooi weer kan snel omslaan.”

Station Andijk valt eigenlijk onder het station Medemblik. In Nederland is zij de enige met deze constructie. Er kan vanaf twee locaties worden aangevaren. De onderlinge samenwerking is goed, net als met de andere stations van het IJsselmeer. Bij grote acties is dat van groot belang.

Menno: “We werken samen met allerlei instanties. Laatst hadden wij een grote zoekactie, nadat een motorboot was omgeslagen en er aanvankelijk opvarenden werden vermist. Wij waren als eerste ter plaatse. Volgens bepaalde protocollen wordt de actie dan opgestart. Naderhand kwamen meerdere KNRM-reddingsboten ter assistentie. Andere hulpdiensten, waaronder Rijkswaterstaat, de Kustwacht en de politie kwamen ter plaatse. Een helikopter en een vliegtuig zochten mee. Een enorme operatie, die op zo’n moment wordt aangestuurd door de Kustwacht. Aan land wordt onderzoek gedaan naar de herkomst van de boot. Vanwaar is men uitgevaren? Hoeveel personen waren er aan boord? Wie is de eigenaar? Wat is er gebeurd? Allemaal vragen waar wij zo snel mogelijk antwoord op willen hebben. Bij dat soort acties blijf ik aan land om aan te sturen, een plaatsvervanger is dan verantwoordelijk op de boot. Maar in principe ga ik altijd mee. “

Een ‘doenige’ eenheid dus. Een hecht en gezellig team, dat veel oefent om al die meldingen naar een goed einde te brengen. Zij hebben zich opgewerkt van een reddingsbrigade naar een station van de KNRM, waardoor zij beter materiaal verkrijgen en betere trainingen hebben. En dus steeds beter worden. Zij hebben een eigen gebouw met eigen materialen, die zij zelf onderhouden. En je leert het IJsselmeer kennen, want uiteindelijk ben je natuurlijk veel op het water, bij mooi en slecht weer, bij rustig en wild water. Een heel breed en wisselend werkterrein dus.
Het station heeft een website met een mooi overzicht van hun werk, hun passie. Er is ook een logboek van hun incidenten. Zo lees je over de genoemde zoekactie, over vastgelopen zeiljachten, over afgedreven surfers, over alles wat op een soms gevaarlijk IJsselmeer kan gebeuren.

Overigens is men niet alleen áchter de dijk actief. De bemanning, EHBO-opgeleid, vooral wonend in Andijk, Wervershoof en Onderdijk, verleent ook eerste hulp vóór de dijk. Bij spoed is eerste hulp nooit te vroeg. “Zo hebben de mensen uit de regio aan land ook baat bij de vrijwilligers van de KNRM’, aldus Menno en Teun.

Gerard Bot.