Vier dagen lang heeft Irene geweldig gepresteerd. Twee keer WERELDKAMPIOEN, op de ploegachtervolging en als eerste Nederlandse ooit op de 5000m. En twee keer derde, op de 3000m en de mass start. Als best presterende Nederlandse schaatser van de mannen en de vrouwen was zij dagelijks als favoriet op de vier afstanden van start gegaan.

Dat het niet altijd lukt is te begrijpen. Dat is afhankelijk van meerdere factoren. De 3000m op donderdag was voor Irene een belangrijke afstand. Tijdens de eerste World Cup in Heerenveen won zij deze afstand in een nieuw baanrecord. Nu moest zij in de laatste rit tegen de Russin Voronina de tijd van Antoinette de Jong, 3.58.470, zien te overtreffen. Haar tegenstandster versloeg zij wel met 3 seconden, maar de tijd van Irene, 3.59.757, had 1.28 seconden sneller moeten zijn om wereldkampioen op deze afstand te worden. Toch werd Irene keurig derde en won ze hiermee de bronzen medaille.

Vrijdag was de dag van de ploegachtervolging. Samen met Antoinette de Jong en Ireen Wüst reed Irene tegen de grote favoriet Canada. Deze ploeg had Nederland in de World Cups tweemaal achter zich gelaten en de verwachting was dat dat misschien wel weer zou gebeuren. De Nederlandse ploeg had echter het kunstje van de Canadezen, die elkaar zes ronden lang opduwden, afgekeken en hiermee enige malen getraind. Toen de race begon bleken ze zó goed op elkaar ingespeeld, dat ze in de laatste ronde nog tienden van seconden konden goedmaken na de gehele race achter te hebben gelegen. Irene reed de volledige race als een duwboot achteraan en kon haar ploeggenoten zover opduwen, dat zij nipt wereldkampioen werden. Een fantastische prestatie.

Na deze opsteker had Irene geweldig veel zin in de mass start van zaterdag, wetende dat zij als snelste sprintster in staat is om het gehele veld in de eindsprint te kloppen. Nou, kloppen deed er deze wedstrijd heel weinig. Van de van te voren gemaakte afspraken kwam weinig terecht. Irene reed met de door de bondscoach aangewezen concurrentenbewaakster Marijke Groenewoud. Tijdens de wedstrijd kan er altijd van afspraken afgeweken worden. Het is maar net hoe de race verloopt. Irene riep op 700m voor het einde naar Groenewoud dat zij hard aan moest gaan om meer snelheid in de race te leggen. Deze hield zich aan de van tevoren gemaakte afspraak om op 500m aan te gaan. Zeer onlogisch, omdat je mee moet gaan in de gedachte van de aangewezen kopman en dus op dat moment ook aan móet gaan. Groenewoud bleef op haar positie afwachten, terwijl Irene in het gedrang zat van een veel te laag tempo. Toen Irene zelf naar voren ging om toch maar een goede positie te krijgen, raakte zij ook nog de schaats van een tegenstandster en verloor ze te veel snelheid om de eersten nog in te kunnen halen. ze haalde toch nog de derde plaats en hiermee haar tweede bronzen plak. Voor de televisie bleef Irene nog zeer diplomatiek ,maar van binnen kookte ze van woede.

De kwaadheid van zaterdag zat er zondag nog steeds in. Irene gebruikte haar woede op de enig juiste manier: omzetten in kracht en snelheid. Zij voelde zich sterk genoeg om voor iedereen een zeer snelle tijd neer te zetten op de 5000m. Al in de eerste rit moest Irene tegen de Canadese Maltais. Na één ronde van 32.6 en twee van 33 schreeuwden alle supporters dat ze harder moest, anders zou alles mis gaan. Alsof Irene het hoorde reed zij hierna zes ronden van 32 seconden en als afsluiting ronden van 31.8, 31.7 en 31.0. “Schouten, Schouten, wat ben je aan het doen” riepen de televisiecommentatoren, diep onder de indruk van de prestatie van Irene, die een tijd neerzette van 6.48.357. Meestal lopen de rondetijden van de vrouwen op van 31 naar 34 of 35 seconden. Irene reed allen maar harder, wat heel veel indruk maakte op iedereen die dit heeft gezien. De concurrentie??? Die reden zich allemaal stuk op de tijd van Irene. Tot 3000m waren de meesten nog sneller, maar daarna kwamen zij niet aan de tijd van Irene. Bijna twee en een halve seconde moest nummer twee toegeven. Irene dus als eerste Nederlandse “WERELDKAMPIOEN” op de 5000m, een geweldige prestatie.

Na vijf weken in de “bubbel” gaat Irene genieten van een welverdiende rustperiode.
Wij als Stichting4Irene zijn bijzonder trots op haar en blij voor iedereen die tot haar naasten behoort.
Met vriendelijke groet,
Stichting Support4Irene.