Het is zondagavond als ik dit bij kaarslicht schrijf. Bij kaarslicht, anders zou ik morgen helemaal geen idee hebben wat ik heb geschreven. Ik zat eerder naar buiten te kijken, waar het ondertussen donker was geworden. Het is een heldere avond. De sterren zijn goed te zien. Er gaan nog wat fietsers over straat.

Eind van de middag heb ik een rondje gefietst. Het was fris. Als de zon er maar even bij is… Ik zit al even op de fiets als ‘ie door komt. Wat doet dat een mens goed. De tulpenvelden in bloei. De geuren van het platteland.

Begin van de avond ben ik bij Van Rooijen. Ik hoor er twee verhalen. Er zitten dingen in de lucht. Dingen waar je energie van krijgt. Ik heb gerust zo mijn bedenkingen over de ontwikkelingen om ons heen. Maar van wat ik hoor word ik blij. Geeft de burger moed. Met een opgewekt gevoel ga ik naar huis. En dan moet ik nog eten.

Ik schenk nog wat in en draai een cd van Alex Roeka. Hij zingt over het nachtcafé aan het eind van de straat waar we elkaar straks allemaal weer tegenkomen. Er komen nog een paar berichtjes binnen op mijn telefoon. Dan zal ik op één oor. Morgenochtend vroeg een vriend naar Schiphol brengen.