In vorige  edities van weekblad Binding waren deel 1 en 2 te lezen van de geschiedenis van de oude melkfabriek in Wervershoof, De Eensgezindheid. In deze editie leest u het derde en laatste deel. Geschreven door Gerard Bot.

De investering kostte veel geld en leverde uiteindelijk niets op. Hij ruimde het alweer gauw op. Hij hield twee bevers aan. Eén van de bevers ontsnapte en mijn moeder was bang dat er een hele kolonie zou ontstaan wanneer ook de andere zou ontsnappen. Ze zorgde ervoor dat dit niet meer kon gebeuren. De bever overleed. Daarna deed ik een chemische opleiding in Amsterdam. Ik was toen zeventien. Ik ging daarna als chemisch analist aan het werk, ook in Amsterdam, maar ik kreeg heimwee naar huis.

De kwestie van die ene cent

In 1959 sluit de melkfabriek, maar dat gaat niet zonder slag of stoot. Het werkgebied van ons dorp valt onder de coöperatieve zuivelcombinatie aan de Binnenwijzend, de COVEH. Het bestuur van de fabriek wil echter niets weten van samenwerking met deze melkfabriek. Het bestuur kiest voor samenwerking met de melkfabriek Aurora in Opmeer, dus buiten het werkgebied van Binnenwijzend. Dat geeft grote problemen. Aurora wil geen ruzie met COVEH. Op dat moment wordt er in de Eensgezindheid op jaarbasis 1,7 miljoen kilogram melk verwerkt, best wel een aangename aanvulling voor Aurora. In oktober 1959 gaat het bestuur van Aurora nipt overstag en komt men tot een eindbod dat de Eensgezindheid accepteert. Aurora neemt ook de zorg voor het personeel over. Alles geregeld? Nou, niet helemaal. De eis van de Eensgezindheid voor een nabetaling van één cent per kilogram melk wordt niet ingewilligd, een totaalbedrag van 17.000 gulden. En dat pikken de Wervershovers niet. Er wordt contact gezocht met De Prinses, de melkfabriek in Rustenburg. Zij zijn best bereid om wat extra’s te betalen om meer melk binnen te halen. Chantage volgens Aurora. In Opmeer wordt hier heftig over vergaderd, maar uiteindelijk gaat het toch om de omzet, Aurora zwicht en neemt de melk uit Wervershoof in ontvangst. De kwestie om die ene cent extra heeft voor veel consternatie en impact gezorgd. Riet van Dijk: “Die ene cent was van groot belang, omdat er voor het personeel geen sociale voorzieningen waren. Nu werden de personeelsleden na jaren van trouwe dienst aan hun lot over gelaten. Mijn vader kon zich financieel wel redden, maar had er erg veel last van dat het personeel zo in de steek werd gelaten. Hij heeft er erg mee geworsteld en de hele kwestie van die ene cent zat hem erg diep. Zelfs op zijn sterfbed kwam het na jaren nog ter sprake.”

De burgemeester in het nauw

In 1938 werd burgemeester Raat door de Minister van Binnenlandse Zaken per brief beticht van een schromelijke misstap. De Vereniging voor Zuivelindustrie in Den Haag had namelijk vernomen dat de burgemeester een aantal melkveehouders (24) in zijn dorp had aangeschreven om hun melk te brengen naar de melkfabriek in Wervershoof en niet naar  elders. Hij had de brief geschreven op gemeentelijk papier en ook nog eens als dienstbrief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat ging toch wel erg ver. Uit dit schrijven blijkt al dat de onderlinge melkveehouders in ons dorp niet zo eensgezind over de Eensgezindheid dachten. Toen al de eerste scheuren in het fundament! Volgens de Vereniging voor Zuivelindustrie had de burgemeester niet de bevoegdheid zich te bemoeien met adressen waarmee inwoners van zijn dorp hun producten verhandelden. De Commissaris van de Koningin in Noord-Holland kreeg opdracht dit handelen van Raat te onderzoeken. Er vond een  briefwisseling plaats waaruit o.a.bleek, dat burgemeester Raat uitsluitend had gehandeld uit plaatselijke overwegingen en ter bevordering van de plaatselijke industrie. Hij stelde dus dat een goede voortgang van de melkfabriek als groot belang voor zijn dorp kon worden beschouwd. Natuurlijk had hij niet de bedoeling om het andere bedrijven onaangenaam te maken. Uiteindelijk kwam het eindoordeel: van enig wederrechtelijk optreden van de burgemeester is niet gebleken. Verdere tussenkomst van de regering was niet nodig. Over het schandelijk gebruik van gemeentelijk briefpapier staat nergens meer iets vermeld.

Het melkrijden

In Skriemer 6 van 2002 staan een aantal herinneringen vermeld van Jo Aker, die vanaf 1953 in dienst was van de melkfabriek. Twee keer per dag haalde hij melk op bij de boeren. De melk werd in melkbussen aan de weg gezet. Deze  zware bussen werden handmatig op de laadbak gezet. Het grootste gevaar voor de rug waren echter de bussen die maar half vol waren, daaraan vertilde je jezelf. Als laatste ging hij langs boer Spruit, die zijn koeien aan de dijk had staan. De melk van de gebroeders Dekker hoefde hij niet op te halen, zij woonden naast de fabriek en brachten zelf hun melk. Joh geeft een mooie indruk van het melkrijden en andere arbeid uit die tijd.

Na de sluiting

De gemeente Wervershoof neemt het pand voor 36.000 gulden over, de fabriek, de woning en de complete inboedel. De gemeente krijgt de gelegenheid om ter ontsluiting van de nieuwbouw een weg aan te leggen, de Kaagweg. Het pand wordt tijdelijk gebruikt door Gert Boos, die daar tijdens de nieuwbouw van zijn bedrijf en woning aan De Hoek, onderdak heeft. De woning wordt daarna aangepast en verhuurd aan de familie Joop Oostenbrink, die het pand later in eigendom koopt. In 2002 wordt de woning verkocht aan Co Kooter en in 2021 aan Zia Kerstholt. In het fabrieksgedeelte vindt de bibliotheek zijn onderdak. Het pand wordt verder in gebruik genomen door de buitendienst gemeentewerken en is nu al jarenlang in gebruik als onderkomen voor onze brandweer.

Hoe ging het verder met Riet?

“Na de lagere school ging ik als enige meisje van de klas naar de mulo in Hoorn. Een aantal meisjes mocht niet, omdat het te gevaarlijk zou zijn. Ik volgde een opleiding als chemisch analist bij een apotheek in Hoorn. Ik ging vervolgens als chemisch analist aan het werk in het laboratorium van het Sint Jans Gasthuis in Hoorn. Ik volgde daarnaast in de avonduren een opleiding tot medisch analist. In 1961 trouwde ik met Jan Kaagman uit Broekerhaven. In tegenstelling tot andere vrouwen nam ik niet meteen na het trouwen ontslag, dat deed ik pas toen ik zeven maanden zwanger was. In die tijd als zwangere werken in een nonnenziekenhuis! Jan en ik gingen wonen in Venhuizen. Jan was automonteur, maar volgde ook de avondschool voor autotechnicus en een akte om leraar te worden. Hij werd daarna 42 jaar lang leraar voertuigtechniek bij de RK LTS St Willibrord in Alkmaar. Wij verhuisden na vier Venhuizen naar Alkmaar. En daar wonen wij nog steeds. Jan en ik kregen vier kinderen, Gerdie, Trudy, Wim en Jan Willem. Onze zoon Wim overleed toen hij een half jaar was. Toen de kinderen groter waren ging ik weer aan het werk, als bacteriologisch analist in het ziekenhuis Alkmaar Wij zijn alweer jarenlang met pensioen. Na veel reizen genieten we nu van de rust en onze kinderen en zes kleinkinderen. Met hen reizen wij nu door ons verleden en bezoeken wij plaatsen die een belangrijke rol speelden in ons leven. Zo kwamen we in april 2026 ook terecht bij onze oude woning aan de Dorpsstraat 41 in Wervershoof. We werden door Zia en Cees uitgenodigd om een kijkje te nemen. Erg leuk om dat allemaal weer te zien.”

Riet aan de nieuwe vlamfotometer in het Sint Jans Gasthuis

Wil je meer weten?

In Skriemer 6 uit 2002 staat een uitgebreid artikel over de melkfabriek. Op de beeldbank van de Stichting Oud-Wervershoof staat een mooie fotocollectie over het fabrieksmatige productieproces van boter en kaas in de Eensgezindheid.

Geraadpleegde bronnen:

Skriemer 6 2002, Volkert J. Nobel,

beeldbank Stichting Oud-Wervershoof en het internet.

Vorig artikelAnneke schrijft. Wisselende contacten