Erik Appelman, Sam Vroling, Glenn Bot, Thijs Koster, Roan Groot en Esther Meester.

Vier drukke Venhuzers, een Hoogkarspeler en een rustige jongedame uit Wervershoof. Wat hebben zij gemeen? Juist, de liefde voor de Wervershoofse kermis én voor elkaar.

Dat de kermis van Wervershoof ook ver buiten de poorten van het dorp legendarisch is, weten we. Kermisminnend West-Friesland houdt het derde weekend van augustus en de maandag en dinsdag die daarop volgen, vrij. Of dan tenminste een dag of twee.

Camping Appelhof
Deze heren zijn al zo’n jaar of acht volop aanwezig, samen met nog meer leden van de vriendengroep uit Venhuizen. Nog even en Erik Appelman neemt ook de andere 361 dagen van het jaar zijn intrek in het mooie dorp. Samen met rasechte Wervershoofse Esther Meester betrekt hij in september een eigen huis aan de Dorpsstraat. De vrienden zien het wel zitten, de locatie is bij uitstek geschikt voor een jaarlijks terugkerende kermisborrel. Dit jaar doet de tuin alvast dienst als camping. ‘Onze eigen camping Appelhof.’

Thuis in Wervershoof
Erik is geboren en getogen in Venhuizen. De kermis daar blijft favoriet, maar Wervershoof staat met stip op 2. Inmiddels voelt onze kermis ook heel eigen. Door zijn relatie met Esther is hij volledig ingeburgerd. En ook zijn vrienden Roan Groot (26), Sam Vroling (27), Glenn Bot (28) en Thijs Koster (32) voelen zich thuis in Wervershoof. Ze kijken uit naar kermis.
De vriendengroep is veel groter, maar ik tref de harde kern in de nog braakliggende tuin achter het paleisje aan de Dorpsstraat. Het is bijna klaar. Esther is stiekem wel blij dat ze er nog niet wonen deze kermis. ‘Met dit zootje ongeregeld weet ik niet wat er van mijn pas gewitte muren overblijft’, zegt ze met een grijns. Maar logeren in de tuin kan wel. Er zijn al zes tentplaatsen ‘gereserveerd’.

Vrouwelijk schoon
In tegenstelling tot Venhuizen is de kermis hier compacter en meer gericht op de kroegen. Thijs: ‘De opstelling is hier zo lekker compact; alles dichtbij elkaar op één straat. Dat maakt het loopie heel overzichtelijk.’
‘In Venhuizen heb je veel meer grote kermisborrels, maar hier is bij de cafés zo veel te kiezen. Bandjes buiten en binnen. Je hoeft niet op één plek te blijven, overal is muziek en drukte.’ ‘En er is hier veel vrouwelijk schoon’, vullen de anderen eensgezind aan.

Van borrelnoot tot kamelenrace
Hoewel ze niet allemaal dezelfde dagen gaan, hebben ze wel een redelijk vast programma. Op zondag de borrel ‘Borrelnoot’ van Ton Kolenberg and friends en maandag de borrel bij Karma op de Kibbel. Aansluitend pendelen ze heen en weer tussen Beer en Bot en wordt ook Hèt Café bezocht. Tussendoor strijden ze tegen elkaar bij de Kamelenrace en waagt een enkeling zich aan een misselijkmakende attractie.

Tot de veeg
Waar ze zich ook bevinden, ze blijven bijna allemaal ‘tot de veeg’. Behalve Thijs, de clown van de groep. Hij taait vaak eerder af. Zou het de leeftijd zijn?
Als de vrienden elkaar zoeken dan vinden ze elkaar meestal terug links vooraan bij de boxen. Maakt niet uit in welke kroeg of zaal waar muziek speelt. De vrienden hebben een standaard plek. Favoriet is toch wel Blue Star. Vaste prik op dinsdag bij ’t Fortuin. En ook DJ Tino bij Beer is niet uit het kermisbeeld weg te denken. Jammer dat Tino dit jaar alleen op dinsdag present zal zijn.

Vage anekdotes
Als ik vraag naar anekdotes blijft het opvallend stil. Niet omdat ze er niet zijn; de kermis is eigenlijk één grote beleving. Roan: ‘Je leeft die dagen in een roes. Er gebeurt zo veel en alles is leuk. Vaak weet je achteraf niet meer precies wat op welke dag was of in welk jaar.’
Een paar dingen is ze wel bijgebleven. Die keer dat ze overgingen tot selfservice buiten bij ’t Fortuin. ‘Alles stond klaar maar er was nog niemand. Toen hebben we zelf de saté opgeschept. Eenmalig hoor, we zijn geen drabbers.’ En die keer dat ze ’s nachts tot 4.30 uur op te gekke muziek bleven dansen bij een kermisborrel aan de Dorpsstraat. ‘We kenden die mensen helemaal niet, maar wat een geweldige afterparty was dat!’

Geen ontbijt
De meesten slapen dit jaar op ‘camping Appelhof’. Esther vindt het prima, maar waarschuwt wel: ‘Het ontbijt regelen jullie zelf he. Daar begin ik niet aan.’
Ik heb zo’n vermoeden dat de heren het wel redden. En Esther? Zij fladdert en vlindert tussen de mensen door. Sociaal als ze is vindt ze overal gezelligheid. En ’s nachts, na de veeg, ontmoet ze Erik weer. Dit jaar nog bij haar ouders thuis, volgend jaar aan de Dorpsstraat. De mooiste plek tijdens kermis.