Dit artikel, geschreven door Gerard Bot, beschrijft de emigratie van de familie Schoenmaker in 1959 naar Brazilië. Binding publiceert het in vier delen. Vandaag deel 2

.Als bronnen zijn gebruikt: 

Memoires van Gemma Schouten en Klaas Schoenmaker; Terra Viva, het verhaal van een familiebedrijf; Skriemer 5 – 2001; Beeldbank Stichting Oud Wervershoof; Website Terra Viva en Informatieavond van Herensociëteit De Roos. Het artikel kwam tot stand met medewerking van Piet Schouten.

Het gezin gaat aan boord

En dan wordt het 10 oktober 1959, de dag van vertrek. Van de spanning hebben zij ’s nachts geen oog dicht gedaan. Met een bus met het gezin en veel familieleden gaan zij naar de haven in Antwerpen, waar nog eenmaal afscheid wordt genomen. Het afscheid gaat door merg en been. De trossen gaan los en je gaat letterlijk ook los, los van je familie, los van je vaderland, wat je zelf hebt gewild. De ‘Louis Lumiere’ maakt water en begint met de overtocht van achttien dagen. De reis is voor hen een enorme beleving, zeker in ogenschouw genomen, dat zij bij wijze van spreken niet verder dan de molen waren geweest. De reis verloopt goed, rustig en gedisciplineerd, wel nodig aan boord met zo’n groot gezin. 

Brazilië wordt langzaam zichtbaar. Rotsen rijzen uit de zee. De zon straalt op Rio de Janeiro. Zij voelen een spanning door hun lijven stromen: “Is dit het land? Is dit onze toekomst? Zal het allemaal goed gaan? Er ons thuis voelen?” Zij nemen afscheid van een stel paters met wie zij aan boord veel tijd hadden doorgebracht. Ze hebben de hele dag de tijd om in Rio rond te lopen. Wolkenkrabbers, veel grotere stadia dan Ajax en Feijenoord, zij zijn erg onder de indruk en stellen vast dat Brazilië geen achterlijk land is. Met de bus gaan zij naar Holambra. Voor het eerst in hun leven zien zij bergen en dat maakt indruk. De nieuwe migranten worden in een bar welkom geheten door veel bewoners van Holambra. Er valt een opmerking, die jarenlang blijft hangen: “Klaas, je valt in een grote put en je moet er zelf weer uit zien te komen, alleen en op eigen kracht, je krijgt niets cadeau.” Dat begint al meteen in een tijdelijke woning, waar geen water is en waar het met primitieve middelen behelpen is. En ook bleek de afspraak van het inzaaien niet te zijn nagekomen. 

De familie bij hun eerste woning in Brazilië

Een moeilijk begin

In een land waar stroopsmeren en vleierij de normaalste zaken van de wereld zijn pakken ze de draad op. Paard en wagen, zaaizaden en een zaaimachine worden onder andere aangeschaft. Het hem toegewezen gebied bevalt Klaas niet, slechte grond. Op een middag hoort hij van een bedrijfsgrond met woning, dat te koop staat, waar bovendien al bijna alles is ingezaaid in goede grond (50 hectare). 

Aan het huis moet veel gebeuren, maar men gaat over tot aankoop. Al snel bevalt het hen daar, helemaal wanneer de containers uit Nederland aankomen. Vooral hun kinderen zijn blij met hun eigen spullen en raken langzaamaan van hun heimwee naar Wervershoof af. 

Het eerste jaar oogsten zij de traditionele Braziliaanse producten als rijst, mais, katoen en soja, maar echt rendement levert dat niet op. Rendement hebben zij wel met hun uit Nederland meegebrachte 1000 liter kralen. Alles met de hand en op knietjes, door anderen werden zij uitgelachen. Zij maken zelf gaasbakken en het sorteren gaat met de handrol. De eerste gesneden gladiolen gaan in 1961 naar het centrum waar ze aan handelaren worden verkocht. Volgens buurtbewoners is er geen geld met bloemen te verdienen, maar zij kregen ontzettend ongelijk. Een ander gelukje is hun tractor. Bijna niemand heeft er een. De Schoenmakers verdienen met loonwerk goed geld. Kees en Piet werken de dag rond, ieder twaalf uur. Om vooruit te komen moeten ze alles aanpakken. Klaas gaat een samenwerkingsverband aan met de families Bakker en De Wit. Zij kopen gezamenlijk in, apparatuur en zaaigoed en later een combine. Ook wordt een deel van de bloemen gezamenlijk naar de veiling gebracht. Kees wordt dan algemeen verkoper voor de combinatie. 

Uit een isolement

Een bijzonder jaar is 1962, ze kopen een auto. Het wordt wat beangstigend om altijd maar in het isolement van Holambra te zijn, nu kunnen zij verder. Zij zijn een van de weinigen die zich zo’n bezit kunnen veroorloven. Klaas komt met het Volkswagenbusje het erf oprijden, iedereen verbaasd, want het is de eerste keer dat hij autorijdt. Met de bloemen gaat het ook goed. Alle kinderen helpen mee, vooral Kees, Piet en Dick, die al van school zijn. Zij worden ook betrokken bij de financiële en economische aspecten, en ook bij de kansen en moeilijkheden.

Einde deel 2, lees meer in de Binding van 23 januari.

Piet en Dick werken hard mee
Vorig artikelBram Koopman nieuwe vestigingsleider Mastermate Zwaagdijk