Een straaljager doorsnijdt een kabel, waardoor de gondel ter aarde stort, met als gevolg de dood van drie zwagers. Zij komen elkaar tegen in het hiernamaals, in het etablissement van de kastelein, die geen weet heeft van de dood, omdat hij nooit geleefd heeft. Dat zijn de ingrediënten van het kostelijk toneelstuk ’Gebakken meeuw’, dat op 6 januari 2019 werd uitgevoerd door Dick Pronk (de kastelein), Dick Sijm, Michel Snip en Dion Bakker in het theater van ’t Fortuin.

Leo is op slag dood en komt als eerste in het etablissement, waar slechts paardenworst en jenever verkrijgbaar is. Het is stil met de zwijgzame kastelein, maar na vijf dagen komt daarin verandering. Bert, die vijf dagen in het ravijn lag, komt nogal druk binnen. Na vijf maanden valt Louis letterlijk met de deur in huis. Hij heeft al die tijd in coma gelegen en vertelt wat hij allemaal aan zijn bed heeft gehoord, met als triest dieptepunt de instemming van zijn steeds maar huilende Leni om de apparatuur af te sluiten. De zwagers zijn in het hiernamaals herenigd en doden de tijd met kaarten, eindigend in een ruzie, omdat iedereen telkens weer past om verder te spelen. Dan zegt de kastelein, dat zij terug kunnen. Dat doen zij. Later keren zij weer terug in het etablissement, teleurgesteld. Wat zij hebben gezien valt hen niet mee. De spullen van Leo zijn opgeruimd, ook zijn postzegelverzameling. De vrouw van Bert zit vol verdriet, maar de rouwadvertentie is een slag in zijn gezicht. Louis treft zijn vrouw in een bijzondere houding aan, waar de buurman bij betrokken is. Men komt tot de conclusie dat het beter is om niet meer terug te gaan.

De acteurs zetten prachtige personages neer en zorgen ondanks de gebeurtenissen voor veel humor. Zij hebben zelf een grote eigen inbreng in het stuk gehad. Heel leuk is het verhaal van Leo over de overgang van de vrouw, kostelijk is het verhaal over de vrouw en de buurman van Louis en aangrijpend de liefde die Bert achteraf voor zijn vrouw had. Dick Sijm sluit het toneelstuk af met een liedje van Robert Long, ‘een liedje voor als ik er niet meer ben’. Heel mooi en eindigend in een diepe buiging van de acteurs naar het publiek, dat hen terecht een staande ovatie geeft.

Souffleuse Tiny Aker kijkt tevreden terug: “Wat speelden de mannen toch prachtig. Het is ook zo’n mooi toneelstuk, dat vol met zwarte humor zit. Het ging heel erg goed en ik hoefde bijna niet in actie te komen. De mannen hebben vaak geoefend en dat was goed te merken. Alle lof.”

Gerard Bot