Het is de zaterdag voor kermis Wervershoof als we op het terras van de Welkomst om de tafel zitten. Klaas Keizer (61) zit er haast wekelijks, Cees Duijn (70) zo vaak hij kan. Het is altijd gezellig bij Wilma, zo blijkt ook uit het aantal mensen dat zich aansluit naarmate de middag vordert. En natuurlijk trekt het thema: kermis Keut. Klaas en Cees stonden samen aan de wieg van het kermiscomité. Dit jaar 30 jaar geleden. Of toch 29?

We slaan de boeken erop na. Zorgvuldig ingedeeld en bewaard door Cees en Sietske. Foto’s, krantenknipsels en zelfs de akte van oprichting. Het staat zwart op wit: op 19 maart 1992 werd het comité, onder voorzitterschap van Klaas officieel actief.

Aan de sjees
We bladeren door de foto archieven. ‘Lekker aan de sjees bij Siemen en Cees’, lezen we op het kermisshirt van dat jaar. Siemen Jong was destijds uitbater van de Welkomst, Jos Koper van ’t Heltje, Cees en Sietske van ‘t Hart van Onderdijk.

 

Oprichtingsdocument uit 1992

Dat kan anders
Cees: ‘In 1990 namen wij het hotel, restaurant en café over. Al na twee maanden beleefden we onze eerste kermis. Een prachtig feest, maar teveel versnipperd om alle drie de horecazaken wat te laten verdienen. Ook bleven de mensen te lang op hun kermisborrels thuis hangen. Er waren verschillende vriendengroepen die het altijd samen vierden. Na de tweede kermis in ’91 besloten we dat het anders moest en beter kon. Hoe kregen we al die vrienden en families eerder naar de kroegen toe? Hoe konden we het als de drie dorpskasteleins anders regelen zonder dat we elkaar het eten uit de bek zouden stelen. Want nu was het een bos werk voor ieder van ons en niet in verhouding tot de verdiensten.

Lutjebroek
We wisten dat ze het in Lutjebroek heel goed op orde hadden. Het kermiscomité daar wist activiteiten te verzinnen die horeca en kermisgangers samen brachten. We nodigden hen uit om hun verhalen te horen en de kunst af te kijken. Beter goed en eerlijk gejat dan slecht bedacht. Dat overleg liep al danig uit de hand, het was een dolle boel. Maar we staken er ook nog iets van op. Conclusie was: zorg voor reuring en breng de kermisborrels naar de kroeg. We besloten ook een kermiscomité op te richten met uit iedere vriendengroep een afgevaardigde. De animo was hoog.’

Eerste kermiscomité
Klaas werd voorzitter van het allereerste kermiscomité. Samen met Arie Haakman, Jaap Grooteman, Niek Grooteman, Kees Laan, Ted Mol, Andre van Velzen, Gerrit Mulder, Jeroen Kaarsemaker en David Commandeur. Althans, dit zijn de namen die bij Cees en Klaas nog scherp in het geheugen liggen. Misschien ontbreekt er nog iemand? Samen met de horeca zetten ze de schouders eronder om iets moois neer te zetten. De uitbaters verdeelden we de zaterdag, zondag en maandag onderling. Ieder café ging alle dagen open, maar alleen op de ‘eigen’ dag pakte je extra uit met een artiest of superband. En er kwam een tent. Kermis 1992 werd een grandioos succes.

 

Het eerste comite

Ronnie Tober
Klaas: ‘De eerste artiest die we boekten was Ronnie Tober. Wat een feest. Dit was absoluut voor herhaling vatbaar.’
Cees vult aan: ‘We introduceerden de pyamaparty in ‘t Hart. Dan starten we om 11.00 uur met broodjes en zat tegen 12 uur het cafe vol. Net als met Oud & Nieuw telden we af tot klokslag 12. Dan ging de tap open en was het meteen groot feest. Ja, de kosten waren de eerste jaren wel voor de horeca, het comité had niks. Ook daar moest een plan voor komen.’

Pioniers
Klaas: ‘We hadden geen stuiver en vergaderden beurtelings bij de Welkomst of ‘t Hart. Altijd op dinsdag en vaak tot 4 uur ‘s nachts. Dat was dolgezellig, maar in het begin zat er geen structuur in. Niemand notuleerde, we waren blij als iemand iets had opgeschreven. We waren echt pioniers en moesten ook wel door een zure appel heen. Niet iedereen geloofde meteen in deze manier van kermisvieren. Om geld in te zamelen gingen we collecteren en konden inwoners en bedrijven donateur worden. Het enthousiasme groeide en daarmee ook de aanwas van vrijwilligers en het geld waarmee we wat konden doen. Om de kermisactiviteiten uit te bouwen, maar ook om bijvoorbeeld de dorpsverlichting te betalen.

Wilde ideeën
We hadden altijd de meest wilde plannen. Gingen met het comité naar een entertainmentbeurs in Zwolle om ideeën op te doen. In het begin was het zoeken naar de beste samenwerking met de horeca. We hadden goed overleg met de kasteleins en wilden het voor iedereen goed doen, niemand voortrekken. Maar sommigen riepen: ze komen toch niet.’

Paling en playback
Cees: ‘Wij zeiden: je moet zorgen dat ze wél komen. Naast de activiteiten buiten en in de tent, bedachten ook wij steeds nieuwe dingen. Paling roken op zondagochtend en aansluitend de playbackshow. Dan zorgde Henk Koster voor de paling om vervolgens als Demis Roussos op het podium te stappen. Ik heb ook een keer meegedaan, deed ik What a wonderfull world van Louis Armstrong. Prachtig!

We hadden het afgekeken van de carnaval in Wervershoof en wisten Loek Boon als spreekstalmeester te strikken. Met Peter ‘Polle’ Grooteman als stalknecht. HIj zorgde voor de rekwisieten bij de show. Dat was al een komische act op zich.’

Koeschijten
Klaas: ‘Onze club heeft het ongeveer 13 jaar gedaan. Na een wat stroef begin werd het steeds leuker, wilder, gekker. Onze groep hield van kermis. Het kon niet op. En de cafés deden mee. We organiseerden de kamelenrace en de zeepkistenrace. Voor sommige activiteiten weken we uit naar het sportveld. Bijvoorbeeld voor het koeschijten. Dat had wel wat ruimte nodig. Ik herinner me dat er ook een bandje speelde, vloog de koe zo in het drumstel…

Kermisschuit
Overal was wel wat te doen en dat bracht David Commandeur op een idee. Hij verbouwde een schuit zodat deze als taxi dienst kon doen. Jarenlang reed de schuit door het dorp, langs kermisborrels, op zondag langs de kerk als de hoogmis net was afgelopen. Je kon zo instappen. Kostte niets. Vaak speelde ook een bandje in de schuit. En ’s avonds bracht hij de mensen weer thuis. Dat was echt uniek.’

Kleden en vossen
Op de maandag had het comité altijd een rustdag. Natuurlijk gingen we wel te kermis. Die dag had vaak een thema of een kleur. Zo gingen we allemaal verkleed naar de kroegen waar altijd wel live muziek was.
Op de dinsdag hielden we een vossenjacht voor de kinderen. Ging weer een hele club verkleed als vos. Dat is nu nog steeds zo.’

Ientje toe
Cees: ‘Onze eigen vriendenclub ging op kermismaandag altijd verkleed, geheel op thema. Toen we een jaar geen inspiratie hadden, bracht de verkleedkist van ons thuis een onverwachte uitkomst.’
In ’t Hart droegen wij, onze medewerkers en stamgasten altijd een kermisshirt met opdruk. Steeds weer een nieuwe oneliner. In 2003 vierden wij onze laatste kermis als kroegeigenaar. Niemand wist dat nog, maar op het ‘t shirt stond alvast: Ientje toe.’

Actief
Harm Poland nam het voorzittersstokje van Klaas over. Comitéleden kwamen en gingen. Nog tot op de dag van vandaag is het Keuter Kermiscomité actief en enthousiast. Volgend jaar vieren zij het 30-jarig jubileum. Maar eerst strijden zij dit jaar, voor de tweede maal gehinderd door alle coronaperikelen, voor een mooi programma. Het valt niet mee, maar Kermis Keut zal zegevieren.

Andere tijden
Klaas: ‘Kermis hier is een echt dorpsfeest, het zal altijd gevierd worden. Door jong en oud door elkaar. Ik herinner me nog wel dat ik als kind alle ouderen voor het raam van de Welkomst zag zitten. Stonden er 26 kinderwagens achterin. Hele families zaten samen in dezelfde kroeg. Tegenwoordig is het vooral op de jeugd gericht. Dat vind ik wel jammer. Maar als tijden veranderen, veranderen kermissen mee. Zo gaat dat.’

Stamtafel
Het zaterdagmiddagbiertje bij de Welkomst is er nog altijd. Klaas zit er iedere zaterdag en vaak tot laat. Cees en Sietske gaan wat minder frequent, maar als het te lang duurt gaat het wringen. In de Welkomst voelen zij zich thuis. Klaas: ‘Middas Dekkers zei het al eens: als iedereen een stamtafel had, waren er minder psychologen nodig.’

Van 4 t/m 7 september is heel Onderdijk één grote stamtafel. Schuif maar aan.