Trots is Afra Schouten-Dol op het feit dat zij 100 jaar is geworden. “Op het moment dat de honderd naderde, wilde ik het ook graag worden. Het heeft een paar keer aan een zijden draadje gehangen, maar de mindere perioden uit de afgelopen jaren overwon ik toch. Ik heb ervoor gevochten om de 100 te halen”, aldus Afra met de vuist omhoog, waarmee zij haar streven extra benadrukt.
“Ik heb de honderdste in Spanbroek gevierd, waar we om de twee jaar een familieweekend hebben. Samen met mijn kinderen, 14 kleinkinderen en 18 achterkleinkinderen. Het werd een zeer gedenkwaardige dag voor mij. De fanfare kwam een mooie serenade geven. Zelfs de burgemeester was er. Ik voelde me zeer vereerd, dat ik van hem een bos bloemen en mijn ingelijste geboorteakte van een eeuw geleden mocht ontvangen.”
In haar kamer hangt een mooie familiefoto met haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Een paar keer wijst zij erop. “Kijk toch eens, hoe prachtig!” Afra is zelf ook geboren in ons dorp. Zij is de oudste dochter uit een gezin met negen kinderen, twee zussen en zes broers. Zij groeit op aan de Dorpsstraat. Haar vader had een tuindersbedrijf. “Na de lagere school ging ik bij mijn moeder in de huishouding werken. Dat was vroeger heel gewoon voor de oudste dochter.” Zij kent veel leeftijdsgenoten uit het dorp, waaronder Thaam Schouten. Bij het volksdansen (het uitgaan) leert ze hem beter kennen en volgt verkering.
25 februari 1949 trouwen Thaam en Afra en betrekken zij een woning aan de Dorpsstraat. Eind van het jaar wordt hun zoon Kees geboren, in die tijd heel gewoon, snel een kind krijgen. Na Kees volgt Fia nog op de Dorpsstraat. Zij verhuizen naar de Zeeweg 2. Daar worden Ton, Hans, Jos en Sandra geboren. Hun dochtertje Anita overlijdt bij de geboorte. Thaam, een bakkerszoon die geen bakker wilde worden, heeft een tuindersbedrijf. Afra zorgt voor het gezin. Net zoals bij iedereen in die tijd.
Afra en Thaam hebben een plezierig leven. Zij kaarten graag en een wandeling hoort er ook bij. Zij wandelen vaak over de Olympiaweg en zeiden tegen elkaar, dat ze daar ooit wel zouden willen wonen. De kermis is natuurlijk ook een hoogtepunt in het jaar. De kermisborrel wordt altijd gevierd. Met de kinderen zijn zij ooit een keer wezen schaatsen op de Jaap Edenbaan in Amsterdam. Op latere leeftijd komen er ‘weekendjes weg’.
In 1997 overlijdt Thaam. Hij is van het dorpshuis onderweg naar huis en krijgt op straat een hartstilstand. Nog hetzelfde jaar verhuist Afra naar de Olympiaweg, de straat waar ze het vroeger dus over hadden. Tot voor twee maanden heeft zij daar gewoond, de laatste jaren met steun van de kinderen, vooral van Sandra en schoondochter Angela. “Dat ging best goed. Ik wilde niet naar Sint Jozef”. Maar dat is er toch van gekomen. “Ik word wel eens duizelig en dan val ik. Ik moest gewoon mijn verstand gebruiken en toch maar verhuizen. Ik moet eerlijk zeggen dat het mij goed bevalt. De zorg is enorm goed.”
“En hier honderd geworden. Ik kan het mij gewoon niet voorstellen. Wat een leeftijd! Ik heb me ingeschreven voor het kaarten. Verder zit ik met plezier in mijn nieuwe kamer. Ik geniet van de dagen. Ik krijg veel bezoek, heel vaak van mijn zus Els. Ook (wijzend op de foto) van hen. Mijn zoon Kees staat er ook nog op. Hij is vorig jaar overleden. Mijn kleinzoon Sjon is al langer geleden overleden. Daar heb ik het wel moeilijk mee. Die twee mis ik gewoon, net als mijn man Thaam.”
“Maar goed, ik woon prima. Ik vind veel dingen leuk. Ik ga nog overal graag heen. Zolang je dat doet, gaat het goed. Je moet doorgaan!”, besluit zij met de vuist omhoog.
Gerard Bot








