Dit artikel, geschreven door Gerard Bot, beschrijft de emigratie van de familie Schoenmaker in 1955 naar Brazilië. Binding publiceert het in vier delen. Vandaag deel 1.
Als bronnen zijn gebruikt:
Memoires van Gemma Schouten en Klaas Schoenmaker; Terra Viva, het verhaal van een familiebedrijf; Skriemer 5 – 2001; Beeldbank Stichting Oud Wervershoof; Website Terra Viva en Informatieavond van Herensociëteit De Roos. Het artikel kwam tot stand met medewerking van Piet Schouten.
Roerig begin
Op 1 mei 1942 geven Klaas Schoenmaker en Gemma Schouten elkaar het ja-woord. Ze betrekken een huisje op ’t Bon en kopen een stuk ruig land, dat jaren niet bewerkt is. Klaas Schoenmaker noemt die tijd het diepste punt van de oorlog met Duitsland, een tijd waarin bijna niets meer is te krijgen. Het is hard werken op het land, ook in de oorlogstijd. Al snel nemen zij een onderduiker in huis. Hun afgelegen huis fungeert als doorgangshuis van wapens.
Na enige tijd komen de Duitsers hun activiteiten op het spoor. In hun omgeving worden mensen aangehouden, ook Klaas ontkomt daar niet aan, maar hij wordt na verhoren alweer snel in vrijheid gesteld. In hun huis verblijven vier volwassenen, die bij hen onderduiken. In de hongerwinter geven zij hongerende mensen voedsel.
Naoorlogse jaren
Na de oorlog kunnen Klaas en Gemma eindelijk een normaal leven beginnen. Net als veel anderen in die tijd komen er heel wat kinderen. Na negen jaar verhuizen zij met hun zeven kinderen naar de Simon Koopmanstraat, ‘omdat het wat vol werd in het boetje’, maar ook bedrijfsmatig wilde men meer. Klaas is op bestuurlijk gebied behoorlijk actief in de gemeenteraad en voor meerdere (beroeps-)verenigingen. Als tuinder gaat het hem goed af, hij wordt een grote tuinder. Hij is ook steeds bezig met het verkrijgen van teeltvergunningen, in die tijd opgelegd door de overheid. Hij noemt dat vergunningenbeleid de kiem voor de latere emigratie. Hij ergert zich hier verschrikkelijk aan. Als afgevaardigde voor de vereniging van bloementeelt verzet hij zich hiertegen. Behalve de ergernis, zijn ook de financiën van Klaas en Gemma niet rooskleurig. Door al zijn contacten met anderen, komt bij Klaas de gedachte om te emigreren, ergens anders voor je kansen te gaan, hetgeen ook van overheidswege werd gestimuleerd. Klaas en Gemma bezoeken informatieavonden voor meerdere landen, maar wanneer puntje bij paaltje komt is het Gemma, die het telkens tegenhoudt.
Het wordt Brazilië
Totdat er een voorlichtingsavond over Brazilië komt. Zij winnen steeds meer informatie in en raken in gesprek met familieleden van andere geëmigreerde landgenoten. Zij hoorden van Holambra, een gebied waar veel Nederlanders zijn neergestreken en grote landerijen hebben. Daar zien zij wel kansen voor hen en hun gezin, inmiddels elf kinderen. Zij gaan op zoek naar antwoorden over emigratie en belastingfaciliteiten, en ook over de kosten van de boottocht. Het is 1958 en zij hebben een slecht jaar achter de rug, ruim onder inkomstengrens voor het betalen van belasting. Van overheidswege wordt in het kader van emigratiebeleid de overtocht vergoed. Alles bij elkaar opgeteld valt de beslissing in 1959: we gaan. Hun kinderen zijn 1 tot 16 jaar oud! De Schoenmakers zijn graag geziene dorpsgenoten en moeten veel weerstand overwinnen, steeds in de verdediging waarom ondanks de slechte vooruitzichten zij toch gaan. Het idee om de familie te verlaten valt ook zwaar. De voorbereidingen gaan door, in de volle overtuiging dat zij zouden slagen. Er worden spullen aangeschaft en de oudste jongens leren in de Wieringermeer met een tractor om te gaan. Er worden containers met huisraad en landbouwwerktuigen, waaronder hun Fordson-tractor, in containers opgeslagen. Er worden al betalingen gedaan en afspraken gemaakt voor overzee, zodat ze meteen goed van start zouden kunnen. Een coöperatie zou het hen toegewezen land inzaaien (7.000 gulden), zij kunnen dat niet zelf doen, omdat ze te laat in het seizoen aankomen.

Einde deel 1, lees meer in de Binding van 16 januari.







