Week 9 alweer. De eerste week van versoepelingen die onze economie weer een boost moeten geven. Kappers, schoonheidssalons, masseurs en andere contactberoepen zijn weer begonnen. Natuurlijk met aanpassingen om de veiligheid zo veel mogelijk te waarborgen. De bassisscholen zijn weer open voor onderwijs op locatie en alle kinderen zijn welkom bij de kinderopvang. Buiten sporten mag mits 1,5 meter afstand wordt gehouden. Ondanks alle creatieve oplossingen die zijn bedacht, blijven de sportscholen voorlopig nog gesloten. Per 1 juni mogen ook restaurants en cafés en hun terrassen weer open voor maximaal 30 personen met behoud van de afstandsregel. De versoepelingen worden per 1 juli verder uitgebreid. De nieuwe mogelijkheden roepen op sommige vlakken meer vragen op dan antwoorden. Hopelijk brengt de volgende persconferentie rond 20 mei meer duidelijkheid. Voorlopig blijft belangrijk dat we onthouden waar we het allemaal voor doen: de gezondheid van onszelf en de mensen om ons heen.

Buitenlessen

Inge Schouten: ”Vandaag zijn wij met de eerste buitenles van start gegaan. We mogen alleen buitenactiviteiten doen. Het is nu zo, dat wij pas per 1 september weer binnen mogen beginnen. Wat dat betreft sluiten wij achteraan in de rij. We hebben al maatregelen getroffen en kunnen binnen een uur open zijn wanneer wij groen licht krijgen. We hebben een reserveringssysteem om leden een uur te laten trainen, doordeweeks zelfs van 07.00 tot 22.30 uur. Er staan desinfecterende pompen klaar, er zijn looproutes en de afstand tussen de toestellen is tenminste 1,5 meter. Er zijn uiteraard verschillende sporten in de Dars. We hebben een grote sporthal en hebben genoeg ruimte om veel mensen mee te laten doen in groepen. De laatste persconferentie van de premier was voor onze branche slecht nieuws, een tegenvaller. De branche heeft de media opgezocht om aandacht te vragen. Ik hoop op een ander besluit. Wij willen gewoon weer open, net als de 3,2 miljoen Nederlanders, die lid zijn van een sportschool. Wel op een terras, niet in de sportschool voor je gezondheid. Dat is wel vreemd.”

En op de zonnige, maar vooral koude en winderige maandagochtend voltrekken zich de eerste lessen. “Strek been, wissel met links, linkerbeen naar je buik, gaat prima, trek de arm recht, rechterelleboog naar achteren, wissel, goed zo.” Dat gaat zo drie kwartier door. Na afloop de matjes en de gewichtjes ontsmetten en thuis douchen. De dames kijken er tevreden op terug. Joke Pijsel vond het leuk om weer te doen: “Ik kan goed voelen, dat ik acht weken niets gedaan heb. Heerlijk uurtje. En je ziet elkaar weer. Ik vind dat leuk. Ik doe de volgende keer weer mee.” Net als Corry Schoonbeek, die dit beaamt: “Ja, goed om weer te doen. Ik heb elke dag gefietst. Ik doe elke dag mee met het programma ‘Nederland in beweging’ van Olga Commandeur. Ik kan dat nu wel merken. Lekker gesport en leuk om te doen.”

Rijlessen

Bij verkeersschool Anton Reus staan de voertuigen bijna twee maanden stil. Anton Reus: “Wij staan nu op nul. Er mocht geheel geen instructie meer worden gegeven, ook niet voor de motor. Wij vallen onder de contactberoepen, één van de branches, die weer mag beginnen. Daar zijn wij erg blij mee. Wij hebben een protocol van 19 bladzijden gekregen met allerlei veiligheidsvoorschriften en richtlijnen. Wij bezinnen ons nu wat de beste wijze is van instructie. We hebben gedacht aan schermen, maar dat is niet veilig, omdat wij onvoldoende kunnen ingrijpen. We kunnen dan niet bij het stuur en de versnellingspook. Wij gaan werken met mondkapjes en verwachten van de leerlingen ook dat ze aan bepaalde gedragsregels voldoen, waaronder desinfecteren, een eigen handdoek tegen het zweten en liefst een mondkapje. Motorrijders moeten hun eigen helm en handschoenen meenemen.
Er zijn nog een aantal problemen, die wij moeten glad strijken, voordat we weer echt kunnen beginnen. We mogen niet met twee leerlingen in de auto zitten. Overstappen en wisselen bij de woning kan dus niet. Dat vergt een nieuwe indeling om efficiënt te kunnen werken. De auto moet ook weer schoon. Verder zijn wij afhankelijk van het CBR. Zij moeten eerst de achterstand van de al eerder aangevraagde examens afhandelen. Examens moeten nu ook anders worden afgenomen en dat kost extra tijd. Dat geldt ook voor het theorie-examen. Er kunnen minder toekomstige chauffeurs tegelijk hun kennis laten testen. Wij gaan weer beginnen met theorieles. Dat gaat natuurlijk wel in kleinere groepjes. Maar goed, we kunnen weer verder en dat is het belangrijkste.”

Webcamgirl

Olga Mol is sportinstructrice bij Sport- en wellnesscentrum De Dars. Sinds kort geeft zij instructie via het internet. Gekscherend noemt ze zich webcamgirl, maar dan met echte sportinstructie. “Door de crisis geef ik nu onlinelessen. Iedereen die bij ons contributie betaalt (tijdens crisis half geld), kan via de logifit-app inloggen en meedoen. Daar staan workouts op, die men thuis kan doen. Een aantal daarvan zijn van mij. Vanuit een lege zaal sta ik voor de camera en geef ik de oefeningen. Voor mij is dat verschrikkelijk en ik ben er ook nerveus onder. Ik sta liever voor een volle zaal, dat gaat gemakkelijker. Je hebt dan ook contact met de leden, een paar zinnen, een duim of een knipoog. Sporten als zumba en bodybalance zijn individueel, maar samen doen geeft uiteraard een groepsgevoel. Dat missen de leden, dat samen sporten en het praatje er omheen.
Uit de views blijkt dat veel mensen inloggen. Ik krijg daar via de app en de telefoon leuke reacties op. Ook wel grappige. Zo hoor ik bijvoorbeeld dat men schoonmaakwoede krijgt na het ‘planken’, een oefening die je op de vloer doet. Dan zie je ineens stofnesten onder de bank. Op een gegeven moment wil men niet meer alleen thuis, maar weer met de groep. Er is dan ook een lichte daling te zien in het gebruik van de app. Deze week gaan wij met een aantal sporten naar buiten, voor de Dars. Wij zijn nu bezig met een programma om geschikte oefeningen op de juiste afstand te doen. Zelf werk ik aan fullbody workouts, algemene lichamelijke training. Op deze manier bieden wij onze leden, die ondanks de gesloten tijd hun contributie betalen en ons dus steunen, mogelijkheden om toch te kunnen sporten.”

Campings

De campings krijgen vanaf 1 juni meer ruimte om gasten te ontvangen. Beheerder Chris Joost van recreatiepark De Groote Vliet in Onderdijk is één van hen. “Ik ben blij dat er meer mogelijk is straks Ik begrijp, dat het voor de regering erg moeilijk is en dat de gezondheid voorop staat, maar de maatregelen waren voor onze bedrijfsvoering natuurlijk niet goed. Wij hebben een kwartaal lang, op een enkele visser na, geen gasten gehad. Prompt was het ook nog eens heel mooi weer. Op zich verandert er voor ons straks niet veel, omdat wij door de inrichting van de camping niet dicht hoeven. Wel moet alles telefonisch geregeld worden, is de receptie gesloten en moet men hun onderkomen uit wanneer wij iets moeten regelen.
Mensen zijn echter zo angstig dat men niet naar de camping gaat, bovendien is er nu verder niets te doen. Wij lopen natuurlijk inkomsten mis en daarnaast hebben wij vaste huurders die de contracten van huur en parkonderhoud ter discussie brengen. Allemaal zaken, die ik mij wel kan voorstellen. Maar goed, nu is er een stip op de horizon, die de mensen weer beter stemmen. Ik verwacht, dat veel mensen nu in eigen land vakantie gaan en durven vieren, zodat er straks weer een gezellige reuring op de camping is. Men kan bij ons goed terecht. Ik ben positief gestemd en hoop dat we in deze juist voor ons zo belangrijke maanden nog lekker aan het werk kunnen.”

Huisdieren

Natuurlijk raakt het oog voor het welzijn van onze huisdieren niet verloren. Dieren met een probleempje kunnen gewoon terecht bij het veterinair centrum VCHN. Maar wel met een aantal aanpassingen zegt Mandy Wigbout: “Alles gaat volgens telefonische afspraak. Zowel de spoed als het gewone spreekuur en het ophalen van voer en medicijnen. De zorg is als voorheen, maar met ruimere tijd tussen de afspraken om kruisingen met mens en dier zoveel mogelijk te voorkomen. Men komt zo niet met meerderen tegelijk in het gebouw. Het vertraagt hier wel wat door, maar op zich gaat dat prima. Het dier mag met één volwassene worden gebracht en in de ontvangstruimte wordt deze overgenomen. Het ‘baasje’ wacht daar en het dier gaat mee naar de behandelruimte. Onderling houden wij ook rekening met afstand. Je zult dus waarschijnlijk niet meer dan één persoon aantreffen bij de behandeling van uw huisdier.” En dan toch maar even de vraag of een huisdier ook Corona kan krijgen. “Nee, dat is niet gebleken. Er zijn wel besmettingen op huisdieren aangetroffen, maar dat waren dan sporen van besmetting van een mens. De dieren zelf hadden geen Corona en kregen het ook niet.”

Quarantaine op zee

Michel Wildoer is net weer thuis van een paar maanden op zee. Hij is kapitein van een schip op de Koopvaardij. Hoe gaat dat bij hen aan boord? “Toen ik mijn laatste vaarperiode begon, was er nog geen sprake van Corona in ons land. Wij voeren dus met een schoon schip, waarop je dan in een soort van quarantaine werkt. Wij komen nauwelijks van boord. In Engeland was dat zelfs verboden. Alleen in het noorden van Zweden zijn een aantal voor een wandeling weggeweest, maar daar was alleen maar bos waar je werkelijk waar geen mens tegen komt. De enige twee anderen, die ik heb gezien waren loodsen, eentje op de Westerschelde en een naar Bremerhaven. Natuurlijk kregen wij van de maatschappij een protocol met maatregelen. Omdat wij al zo lang van huis waren, konden we alles wegvinken. Een aantal matrozen komen van de Filipijnen. Zij werken met contracten van zes maanden. Sommigen werken al langer, omdat zij nergens heen kunnen. Voor hen hoop ik snel op betere tijden, want sommigen zijn nu al acht tot negen maanden aan boord. Straks moet ik weer aan het werk. Ik ga met een taxi naar de haven. Ik zit daarin als enige achterin, door een scherm gescheiden van de chauffeur. Aan boord ga ik in een soort zelfquarantaine. Ik werk gedurende veertien dagen met handschoenen aan en een mondkapje voor. Ik doe alles apart van de rest. Mijn eten wordt door de kok naar mijn hut gebracht en ik eet alleen. Na twee weken versoepelt dat weer.”

Weer naar school

Yvonne Gitzels (28) is juf in groep 7 van basisschool De Schelp. De eerste dagen fysiek op school zitten er weer op. Best wel spannend? “Tuurlijk, maar het went snel. Ook voor de kinderen. Ze vinden het fijn om klasgenoten te zien, weer instructies te krijgen en meteen aan de slag te kunnen. De afgelopen weken gaf ik online les. Dat lukte best, maar ik miste de kinderen, het zicht op de ontwikkeling, het welbevinden en het sociale contact. Je weet niet altijd wat er thuis speelt en kunt ze niet altijd extra hulp bieden op het moment dat dat nodig is.” Alle groepen zijn nu in tweeën gesplitst, iedere groep gaat halve dagen naar school, ’s ochtends of ’s middags. Daarbij is rekening gehouden met broertjes en zusjes, combinatiegroepen, de groep 8 musical en groepen die extra aandacht of extra uitdaging behoeven. Het was een hele puzzel, maar het is gelukt! “Bij iedere keuze staat het welzijn van de kinderen voorop. Door te kiezen voor elke dag school, maar dan wat minder uren, blijven ze in een dagelijks ritme en hoeven ze minimaal thuis te werken. Dat neemt ook druk bij de ouders weg. Ook hebben wij hierdoor veel beter zicht op de voortgang en ontwikkeling van de kinderen. Natuurlijk is het een beetje gek. De kinderen nemen alle schoolspullen elke dag mee in de klas en weer mee naar huis. Rugtassen vol. Het lijkt wel of we op de middelbare school zitten, zeiden de kinderen al. Er is veel aandacht voor de hygiëne. Bij het handenwassen zingen we liedjes zodat we altijd de 20 seconden volmaken. En via de Kletspot met vragen schenken we aandacht aan wat er leeft bij de kinderen. Daarbij kletsen we over hoe de kinderen de afgelopen periode beleefd hebben en dat is bij iedereen weer anders. Het is super om te zien hoe de kinderen zich iedere ochtend en middag weer inzetten en betrokken zijn! Ik overleg en lunch met collega’s in een grote ruimte waar we, zo veel mogelijk, afstand tot elkaar houden. In de klas is dat soms wat lastiger. Hoe lang het nog gaat duren? Echt geen idee. Ik probeer zo veel mogelijk de positieve dingen te benadrukken. Maak van elke dag een feestje en sta met een grote smile voor de klas. Die glimlach krijg ik dan dubbel en dwars weer terug.”