Op 1 november 1901 werd de ijsclub in Wervershoof opgericht. Burgemeester J. Koopman gaf als erevoorzitter leiding aan een bestuur van maar liefst negentien leden. Een ijsbaan was er niet, maar wel heel veel water in de polder, dat bij vorst voor veel ijspret zorgde. Het gebied werd verdeeld in wijken, die hun eigen baanruimers hadden. Zij kregen daarvoor 12 cent per uur. Net als nu hoopte men op strenge winters.

Stemmen met negentien bestuursleden is moeilijk tellen. Dat bleek in 1905 toen men met stemmen zeven keer tegen en zeventien keer voor stemde om de ijsclub te splitsen in Wervershoof en Onderdijk. IJsclub Wervershoof werd ijsclub ‘De Noord’.

Problemen waren er ook. De contributies waren te laag. Op diverse punten had men aanvankelijk busjes neergezet voor vrijwillige bijdragen. De gemeente en particulieren wilden geen subsidie geven. En: door slecht onderhoud ontstonden er gasbronnen in de gracht, dus slecht ijs.

In de strenge winter van 1963 schreef de ijsclub echt geschiedenis met een autotocht over het IJsselmeer, van Wervershoof naar Stavoren. Het kwam zelfs op de televisie, heel bijzonder in die tijd. Er reden op 20 februari 1963 duizend auto’s mee aan deze rit over de ijsvlakte, welke 80 centimeter dik was.

Een ijsbaan
De ijsclub had de polder dus als één grote ijsvloer. Maar bevroren polders brengen ook gevaren met zich mee. Eind jaren vijftig waren er plannen voor een ijsbaan. Nadat een kind in de polder door het ijs zakte en verdronk, zag ook de gemeente de noodzaak van een ‘landijsbaan’ in, een veilige ijsbaan voor de kinderen. De plannen kregen meer gestalte. In de winter van ’62-’63 werd de ijsbaan aangelegd en werd er met pompen van de brandweer water gepompt uit de gracht langs de Zeeweg. Prompt volgde één van de strengste winters ooit.

De ijsbaan was gelegen aan de Kagerbos, waar ook een zwembad, een speeltuin, twee tennisbanen en een camping kwamen, allemaal onder de vlag van de recreatieve stichting ‘De Zeehoek’. Er was een kantine voor algemeen gebruik. Vergaderingen werden thuis gehouden, maar door de kinderen, die televisie keken, werd dit lastig. Er werd vervolgens 20 jaar elke maand een keer vergaderd op de zolder in de schuur van Sjaak Bakker. Tot eind jaren negentig lag de baan daar. De ijsbaan is nu bij de Westrand. Zie voor de verdere geschiedenis de Binding van 17 februari.

Wedstrijden
In 1838 had men al eens een hardrijdwedstrijd in ons dorp, de eerste in West-Friesland. Aannemer Lippe Breebaart was de beste uit een veld van zestien deelnemers en won een zilveren tabaksdoos. De eerste wedstrijd door de ijsclub was, na veel vraag en aandringen uit het dorp om een hardrijderij, pas in 1925, wedstrijden met hindernissen voor jongens. De echte wedstrijden kwamen in de jaren vijftig van de vorige eeuw. De beste rijders van het land kwamen naar de beroemde kortebaanwedstrijden in ons dorp om de geldprijzen van 100, 75 en 25 gulden te winnen. De eerste langebaanwedstrijd was, hoe kan het ook anders, in de winter van 1963. De eerste allroundwedstrijden op 2 februari 1963 kende het sterkste deelnemersveld ooit in Wervershoof. De Nederlandse kernploeg kwam naar ons dorp. Kees Verkerk won het klassement over 500, 1500 en 5000 meter, nipt voor Gerben Karstens. Leuk detail: op de 5000 meter reed iedereen een ronde teveel. Aan de wedstrijden deden ook mannen uit Wervershoof mee.

Ook in de jaren daarna waren er regelmatig wedstrijden op de ijsbaan. Ik kan mij nog herinneren, dat er wedstrijden waren in 1978. Deze konden die winter nog net worden gehouden en dat kon door aankomende dooi nog maar op één dag. Maar ja, hoe weten mensen dat er wedstrijden waren. Mijn vader en Herman Steltenpool waren toen aan de club verbonden. Ik zat met hen bij ons thuis aan tafel. Herman opperde het idee om met een roeptoeter door het dorp te gaan om zo kond te doen van de wedstrijden. Mijn vader ondersteunde dat en zei tegen mij, dat ik Herman wel kon rondrijden. Daar gingen wij. Bij de eerste stop stapte hij uit. Hij pakte de roeptoeter en begon: ‘Beste mensen, heden middag … enzovoorts”. Zo gingen wij het hele dorp door. Ik weet nog, dat ik het niet echt leuk vond. Natuurlijk deed ik ook mee aan de wedstrijden over 100 meter, maar na een paar meter wist ik al dat het niets zou worden.

100 jaar
In 2001 bestond de ijsclub 100 jaar. Hare Majesteit de Koningin (Beatrix) kende bij beschikking van 26 november 2001 de Koninklijke Erepenning toe aan ijsvereniging ‘De Noord’. Een mooie erkenning voor de ijsclub, voorzover bekend de oudste vereniging van ons dorp.

Bronnen
De informatie is verkregen via een artikel uit Skriemer 1 en gesprekken met bestuursleden.

Dit was deel drie en het laatste deel over onze ijsclub. De eerste delen stonden in de Bindingen van week 7 en 8.

Gerard Bot.