Dit artikel, geschreven door Gerard Bot, beschrijft de emigratie van de familie Schoenmaker in 1959 naar Brazilië. Binding publiceert het in vier delen. Vandaag deel 3.

Als bronnen zijn gebruikt: 

Memoires van Gemma Schouten en Klaas Schoenmaker; Terra Viva, het verhaal van een familiebedrijf; Skriemer 5 – 2001; Beeldbank Stichting Oud Wervershoof; Website Terra Viva en Informatieavond van Herensociëteit De Roos. Het artikel kwam tot stand met medewerking van Piet Schouten.

Thuisbasis belangrijk

Een belangrijke rol speelt de thuisbasis, het gezin, waar het altijd gezellig is. In 1964 stopt een landgenoot met zijn bedrijf en dit wordt door Schoenmaker gekocht. Het bedrijf wordt Sitio Uniflor genoemd. In 1965 trouwt Klaas jr met Ria en gaan zij in dat huis wonen. Er komen uitbreidingen met land en een nieuwe schuur. Het gaat erg goed en de gelegenheid biedt zich voor Klaas en Gemma aan om met vakantie te gaan. In 1966 gaan zij naar Nederland, een geweldig weerzien met de familie en vrienden. Tijdens deze vakantie wordt hun eerste kleinkind geboren. Zij spreken met ome Nic. Rood, die in 1964 op bezoek was geweest. Klaas bespreekt met hem zijn plannen en van de 38 hectare grond die was gekocht. Van Rood lenen zij het duizelingwekkende bedrag van 25.000 gulden. Daarmee worden goed investeringen gedaan. Binnen een jaar is het weer terugbetaald. 

Betere jaren

Het bedrijf loopt ontzettend goed. De winsten worden gebruikt voor beleggingen en investeringen. De Schoenmakers zijn daarin zeer slagvaardig en dat geeft wel eens wrevel bij anderen, er is ook afgunst. Op zich een beetje vreemd, want echt solistisch zijn ze ook weer niet. Zij zoeken naar samenwerkingsverbanden voor afzet en nieuwe producten, ook in het buitenland. Risico’s worden verspreid en kennis wordt vergroot. De kinderen worden groter en kopen ook hun huizen.

Een grote stunt is de aankoop van het bedrijf Universo, dat nu Terra Viva heet. Zij lenen geld om een stuk grond van 500 hectare te kopen. Het lukt bij de coöperatie, waar zij lid van zijn. Hun opstallen zijn voldoende voor de borg. Op dat moment worden zij zo’n vijftien keer groter dan een gemiddeld bedrijf op Holambra. Het eigen bedrijf werd vier keer groter dan voor de aankoop. Opeens moet men veel groter gaan denken over zaken als zaden, kunstmest, machines en de juiste mensen. Klaas benadert Joop Stoltenberg, die met zijn dochter Tiny verkering heeft. Hij vraagt hem zijn bedrijf te verkopen en naar Universo te komen, waarna Joop zich inkoopt. Het is eind jaren ’60. Het eerste jaar is niet best op de slechte grond, dat helemaal moet worden bewerkt. Het tweede jaar gaat goed en staan de gewassen er prima bij. Het derde jaar blijkt de grond zijn investering waard te zijn geweest.

Van 1968 tot 1980 ontwikkelt het bedrijf zich tot het ongelofelijke. Elke twee jaar wordt er een fazenda (bedrijf) bijgekocht. Er worden behalve gladiolen meer gewassen gekweekt, waaronder chrysanten en exotische planten. Steeds weer vernieuwen. Er wordt enorm veel afgezet in Zuid-Amerika. Drie keer per week gaat er een vliegtuig vol bloemen naar Europa! Het is voor een leek niet te bevatten.

Een terugval

Maar, er komt ook een maar in de glorieuze groei. De benzineprijs schiet omhoog en dus zijn de transportkosten ook erg gestegen. De grootste gladiolenteler ter wereld kan niet meer concurreren. Een kentering dreigt. Tot dan importeren zij miljoenen bollen uit Nederland, maar besluit men deze zelf te gaan telen. Het is rond 1980. Er zijn problemen, want er moet weer van alles worden gebouwd voor de teelt van zo’n 70 miljoen bollen. Er verrijst een enorme hal met koelcellen, droogcapaciteit, verwerkingsruimte, laad- en losplaatsen, noem maar op. Het bedrijf raakt in een diep dal door interne verhoudingen, waarbij eenieder zijn eigen weg begint te zoeken. Het bedrijf is bijzonder sociaal voor hun personeel (1000 werknemers), voor wie zij letterlijk alles regelen, woning, onderwijs, voeding et cetera. Dat kost heel veel geld. Daarnaast verkeert de wereld in een recessie. Klaas schrijft een brandbrief naar de leidinggevenden, zijn zoons, met het verzoek tot bezinning te komen. Dat doen zij en zij roepen in 1982 de hulp in van een instituut voor organisatieontwikkeling. De jaren er na zijn er studiedagen. 

Lees het laatste deel in de Binding van 30 januari.

Piet op een Hollandse avond
Vorig artikelZaterdag 31 januari Winterstoppop