Ineens een nieuwe naam in De Binding en dan is het wel zo netjes dat u weet wie er achter die stukjes schuilgaat.
Mijn naam is Wally Ooms. Geboren en getogen in Hoorn. Na vijfentwintig jaar aan de Côte d’Azur te hebben gewoond, zijn we enkele jaren geleden weer teruggekeerd naar Nederland. En zoals dat gaat met plekken waar je hart ligt, kwam ik vanzelf weer in Hoorn terecht. Toch heeft ook Wervershoof al heel lang een plekje in mijn hart. Daarnaast heb ik een aantal jaren in Hauwert gewoond. “In de nieuwbouw” noemden ze dat in Hauwert. Die hele ‘nieuwbouw’ bestond toen nog uit één hele straat. Maar ik kwam ook wel in Onderdijk. Bij mijn oom Jaap Bakker en tante Lies van de Vivo-winkel. Ooit was ik op stap met een meisje uit Onderdijk en bij het thuisbrengen begon er een lichtje te branden bij het naderen van haar huis: het bleek mijn nicht. Van die dingen.
Als joch logeerde ik regelmatig bij mijn ome Ru en tante Bets van
café De Zwaan, het huidige café Van Rooijen. Voor mij was dat een magische plek. Ik vond het geweldig bij de familie Botman. Zeker als er in de grote zaal artiesten optraden die destijds in heel Nederland bekend waren en ik zat bij die gelegenheden veelal in de keuken. Juist daar ontmoette ik de artiesten als ze tijdens de pauze even op adem kwamen. Omdat iedereen druk was met het café, zat ik als nieuwsgierig ventje soms moederziel alleen aan tafel met iemand die ik kende van tv en die ik een kwartier daarvoor nog op het podium had zien optreden. Dat waren heel bijzondere ontmoetingen.
Zeker ook bij de destijds zeer bekende Anneke Grönloh, over wie ik later zou zeggen dat ze een beetje stonk. Daar bedoelde ik eigenlijk de geur van haar make-up mee. Ach ja, wat weet je daarvan als achtjarige.
Een andere herinnering staat me minstens zo helder voor de geest. Tijdens een drukke kermismiddag zat tante Bets op de bovenverdieping tussentijds de opbrengst te sorteren en te tellen. Een berg geld waar ik met grote ogen naar keek. Neef Henri en ik kregen toen een paar muntstukken toegestopt. Genoeg om ons tijdens de kermis de rijkste jongens van Wervershoof te voelen.
Ik zie ook de imposante Sint-Werenfriduskerk nog voor me. De geur van het café. En de biljarttafel, waar mannen met een bloedserieuze blik om de overwinning streden. Of het nu om een kampioenschap ging of om de koffie na afloop wist ik toen niet. In mijn beleving was het wereldtop. Dat is misschien ook wel het mooie van herinneringen. Ze slijten niet, maar krijgen juist steeds meer kleur.
In de afgelopen decennia heb ik als journalist, fotograaf en schrijver honderden mensen ontmoet en ontelbare verhalen opgetekend. Ik ben er steeds meer van overtuigd geraakt dat het niet de grote gebeurtenissen zijn die een streek bijzonder maken, maar juist de kleine verhalen. Over mensen die zich belangeloos inzetten. Over verenigingen die al generaties bestaan. Over gebouwen die verdwijnen, maar niet uit ons geheugen. En over dorpen waar je elkaar nog gewoon groet. Precies daarom kijk ik ernaar uit om voor De Binding te schrijven.
Niet omdat ik de wijsheid in pacht heb. Wel omdat ik me nog altijd kan verwonderen. Over wat er verandert, over wat gelukkig hetzelfde blijft en over de mensen die een dorp kleur geven. Misschien herkent u zich soms in mijn verhalen. Misschien bent u het juist hartgrondig met me oneens. Dat mag allemaal. Als u de volgende keer na het lezen van mijn column even glimlacht, terugdenkt aan vroeger of thuis zegt: “Dat weet ik nog wel…”, dan is mijn missie geslaagd.
Tot de volgende keer.









