Hij is vijftien jaar wanneer zijn moeder hem vraagt of hij mee wil naar een concert van Bon Jovi. Hij heeft niet veel met muziek, maar gaat toch mee. Op het strand van Scheveningen staat hij daar naar de band op een immens groot podium te kijken. Een geweldige ambiance met heel veel publiek. “Dat wil ik ook!”.

Maar dat is nog niet zo eenvoudig. Bij het Spektakel op het plein in Bovenkarspel weet hij zich er tussen te wringen. Niet als artiest, maar als barman. “Dat maakte mij toen niet uit. Voor mijn gevoel zat ik er tussen. Ik genoot daar van het werk, van het publiek en van de muziek. Ik was onder de indruk van wat muziek met mensen doet. Het podium lonkte meer en meer. Hoe kom ik op het podium? Een jaar later had ik de vraag beantwoord. Ik ging werken als stage-hand. Je bent dan backstage crewlid en verricht allerlei werkzaamheden. Je komt dan ook in contact met muzikanten. Prachtig vond ik dat.”

Als 16-jarige staat Thom Nieuweboer dus op het podium, maar nog niet als artiest. Hij komt weer in contact met Rik Weber uit Zwaagdijk, zijn oude maatje van de handbal. In het schuurtje achter zijn huis, had hij al een draaitafel, een toetsenbord en een productiepakket.

Thom op de Avond van Andijk in 2019 [foto: Rob Verschoor]

“Zullen we ook wat proberen? Tot acht tellen in de muziek, vanaf het begin leerde Rik mij op weg. Ik kreeg de smaak helemaal te pakken. Ik probeerde ook al wat uit. Ik was er constant mee bezig. Ik tikte en tik nog steeds met mijn vingers ritmes op tafel, op glazen, op het stuur, op alles eigenlijk. Ik overlegde met hem en ging aan de slag met het toetsenbord en de computer. Zo ontstond er een nummer. ‘Dreamers’ heet dat nummer. Door mijn podiumwerk had ik al een netwerk opgebouwd. Zo kwam ik in contact met de Nathaniël Victory Foundation, een stichting voor de behandeling van kanker. Of wij iets voor hen konden betekenen. Dat ging dus met Dreamers. Zij pakten dat nummer op en gebruikten het als hun lijflied.”
De samenwerking met Rik houdt op en op zijn achttiende gaat Thom solo verder. Door ‘Dreamers’ krijgt Thom enige bekendheid. De organisatie van Julianapop nodigt hem zelfs uit om achter de draaitafel te staan. Zo staat zijn naam opeens op de line-up. Een nieuw leven begint. Hij staat daar eindelijk als artiest voor een menigte van 5000 man zijn muziek over te brengen. Daarna gaat het snel. Saturday Live in het Geestmer Ambacht is de volgende.

“Het ging goed. Er kwamen steeds meer optredens. Ik treed op met eigen nummers en mixen van andere artiesten, die ik thuis maak. Classics en moderne muziek met een eigen inbreng. Ik plaats dat op een USB-stick en ga op pad. Het is dan niet alleen een kwestie van het aansluiten van de USB. Ik ben tijdens een optreden constant bezig om alles goed aan elkaar te mixen. Ik luister tijdens de muziek altijd al naar het volgende nummer, dat ik laat horen. De overgang moet op het juiste moment, altijd ben ik op zoek naar die klik, afgaand op de mensen en hun energie. Zij moeten zingen en dansen. Het is de kunst om hen op te zwepen. De mix moet dus goed zijn. Dat is het werk van een dj.”
Zo wordt Thom bekender en laten zenders als 538, Slam FM en Q-music muziek van hem de ether in gaan. Het hele land hoort zo zijn muziek, zodat er ook vanuit alle hoeken verzoeken komen om op te treden. Hij begint succesvol te worden.

“Ik kon er van leven. Maar door de Corona is het stil geworden. Zo sta je in het voorprogramma van Tino Martin voor 23.000 mensen in het Olympisch stadion te draaien, zo sta je met lege handen. Ik sta nu in een viswinkel totdat het straks weer los kan. Ik hoop op 28 februari, wanneer in Afaslive ‘Disco zonder drempels ’plaats vindt. Het is een festival voor mensen met een beperking. Met singer songwriter Noah Jaora schrijf ik momenteel het nummer ‘Who we are’, speciaal voor die dag. Maar ja, alles is onzeker geworden. Het is al een half jaar stil Het enige wat ik dankzij mijn netwerk nog heb gedaan was jurylid achter de vakjury tijdens de finale van het Tv-programma ‘We want more’. Een bijzondere ervaring. Wel leuk, maar ik wil gewoon weer zelf aan de gang, op het podium dus”.

Gerard Bot